Bruxelles Barvrouw Indra: ‘Horecawerk wordt nog steeds ondergewaardeerd’ - Meyer beheer
19003
post-template-default,single,single-post,postid-19003,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-9.5,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive
 

Bruxelles Barvrouw Indra: ‘Horecawerk wordt nog steeds ondergewaardeerd’

Bruxelles Barvrouw Indra: ‘Horecawerk wordt nog steeds ondergewaardeerd’

De barvrouw: de vrouw die je drankjes inschenkt en je comfortabel laat voelen in het café. In deze serie gaan we op zoek naar de leukste barvrouwen van Breda. Iedere vrijdag benoemen we een nieuwe ‘barvrouw van de week’. Deze week: Indra Keijzer van Bruxelles.

Met een grote glimlach loopt Indra ons tegemoet: “Wat leuk dit!” Deze 36-jarige horecatijger werkt om en nabij tien jaar voor Bruxelles en mag zichzelf inmiddels het (vrouwelijke) gezicht van de bekende Bredase zaak noemen.

“Het horecawerk is voor mij begonnen bij Brooklyn, waar ik twee jaar heb gewerkt. Toen zij failliet gingen, tipte een vriendin dat ik bij Bruxelles terecht kon. In de afgelopen jaren hebben we vaak hetzelfde steady team gehad. Natuurlijk met af en toe het vertrek van meerdere mensen, maar vaak blijven hier mensen lang werken. Dat maakt de samenwerking waardevol en is het een van de redenen dat ik hier nog graag werk.”

Begrip in Breda

“Bruxelles is een begrip in Breda. Een groot, bruin café waar je zowel kunt lunchen, dineren en stappen. En wie kent de stadshap niet?! ’s Avonds wordt al het meubilair verplaatst om ruimte te maken. Ik gok dat we de enigen zijn die dat doen.”

“Van Asch Horeca, waar Bruxelles onder valt, wordt ook steeds groter. Ook bij andere zaken van Van Asch Horeca word ik weleens ingezet, zoals Café Noir, de Suikerkist en straks de Corenmaet. Zo maak ik ook de andere zaken mee en is je werk nóg meer divers. Dit was helemaal het geval na de brand die we hebben gehad in februari en Bruxelles even dicht moest, al is die reden natuurlijk niet leuk.”

 

 

Gezicht van Bruxelles

“Ik denk dat ik toch wel het ‘overdaggezicht’ ben van Bruxelles. Ook buiten werktijd ben ik er vaak genoeg te vinden. Vroeger werkte ik ook veel ’s avonds en ’s nachts, nu nog af en toe. Ook heel leuk, en je hebt weer op een totaal andere manier contact met je gasten. Overdag voer je alle taken uit en krijg je de kans om meer met de gast in gesprek te gaan. Tijdens het barwerk op een stapavond sta je te knallen achter de bar en gaat alles heel snel. Wat ik dan het leukste vind om te maken is de B52. Een shotje met lagen van Kahlúa, Bailey’s en Cointreau die je vervolgens aansteekt. Zelf drink ik liever een wodka met ijs en een citroentje.”

“Het meest toffe aan werken bij Bruxelles? Ons team en het contact met (vaste) gasten. Doordeweeks zie je vaak meer bekende gezichten. Woensdag is een beetje datenight geworden bij ons. Het dagjesvolk komt uiteraard in het weekend. Die vragen dan om allerlei adviezen waar ze het beste heen kunnen, dat vind ik echt leuk om te geven. We hebben genoeg vaste gasten. Elke zaterdagochtend komen er bijvoorbeeld twee oudere dametjes koffie drinken. Altijd een cappuccino en een latte machiato. Inmiddels noemen ze me lieverd en vertellen ze me alles over bijvoorbeeld een vakantie.”

“Wat ik zelf heel erg leuk zou vinden is een barista-cursus. Daarin wil ik mijn skills nog meer verbeteren, vooral nu we een mooie, nieuwe machine hebben!”

Meer waardering

“Voorlopig blijf ik hier lekker werken. Horecawerk wordt overigens nog steeds ondergewaardeerd. Dat merk ik soms aan reacties als ik vertel wat ik doe. Het is toch echt een vak dat niet iedereen zomaar kan uitoefenen. Een goede kracht vinden wordt dan onderschat. Ik ben ook blij dat er steeds meer barvrouwen zijn. Vroeger was de gedachte nog wel eens: zet maar mannen achter de bar, dan komen de dames en vervolgens de heren vanzelf wel. Ik denk juist dat de mix achter de bar erg goed werkt.”

 

Bron: IndeBuurt,

Door Saskia van Rijn 5 oktober 2018